In een eerdere blog stonden we stil bij de natuurlijke adembeweging en hoe die bijdraagt aan ontspanning en bescherming van de lage rug. Dat alleen al is een belangrijk aspect van ademhaling.
Maar ademhaling gaat nog een stap verder.
Meer dan lucht in en uit
In essentie is ademhaling een uitwisselingsproces. In de kleine longblaasjes – de alveoli – wordt zuurstof opgenomen in het bloed en koolstofdioxide weer afgegeven aan de longen om uitgeademd te worden.
Wanneer je rustig en traag ademt, bereikt meer lucht deze kleine longblaasjes. Daardoor kan je lichaam meer zuurstof opnemen. Dat is gunstig voor zowel je fysieke energie als je mentale helderheid.
Uitademen: de kunst van het loslaten
Het uitademen staat symbool voor loslaten. Met elke uitademing verlaat niet alleen koolstofdioxide het lichaam, maar laat je ook spanning los.
Spanning zorgt voor samentrekking en hardheid in het lichaam. Wanneer je uitademt en ontspant, ontstaat er meer zachtheid, ruimte en openheid. Je lichaam krijgt letterlijk meer bewegingsvrijheid.
In veel benaderingen ligt hier sterk de nadruk: spanning moet eruit. Stress moet weg. Pas dan kan het beter gaan.
Maar daar schuilt ook een valkuil.
Loslaten alleen is niet genoeg
Ik hoor vaak dat mensen zich minder bewust zijn van hun lichaam dan vroeger. Ze willen spanning en stress kwijt, maar weten niet goed wat daarvoor in de plaats mag komen.
Wanneer de focus uitsluitend ligt op loslaten, kan dat op termijn zelfs uitputtend worden. Je blijft immers energie afgeven zonder nieuwe kracht op te bouwen.
Gelukkig zit dat opbouwen al ingebakken in onze ademhaling.
Inademen: de opbouw van ademkracht
Na elke uitademing volgt vanzelf een inademing. En die inademing staat symbool voor opbouw.
Je ademt niet alleen zuurstof in. Met elke inademing komt er ook ademkracht in je lichaam: een subtiele maar krachtige energie die zich onmiddellijk door het hele lichaam verspreidt.
Het gevoel van deze ademkracht is vaak fijner en subtieler dan de fysieke beweging van de ademhaling. Maar dat maakt het niet minder reëel.
Wanneer het lichaam ruimte krijgt
Net zoals bloed en lymfe gemakkelijker stromen wanneer er minder spanning in het lichaam is, kan ook ademkracht vrijer circuleren wanneer er minder weerstand is.
En precies daar gebeurt iets bijzonders.
Wanneer je die ademkracht toelaat in je spieren, pezen, bindweefsel, organen en botten, worden deze structuren geleidelijk losser, soepeler en veerkrachtiger. Spanningen lossen op, terwijl er tegelijkertijd nieuwe kracht wordt opgebouwd.
Het mooie is: dit proces hoeft niet geforceerd te worden. Het zet zichzelf verder zodra het de ruimte krijgt.
Wat wel nodig is, is bewustzijn. Aanwezig blijven. Je aandacht richten op wat er in je lichaam gebeurt bij elke inademing.
Minder doen, meer toelaten
Vanaf het moment dat we spanning creëren om iets te bereiken, zelfs ontspanning, blokkeren we dit proces vaak onbewust.
Spanning verhoogt de weerstand in het lichaam. Daardoor wordt het voor de ademkracht moeilijker om door te dringen in de verschillende structuren.
Hoe groter die weerstand, hoe rustiger en zachter de ademhaling moet worden om blijvende effecten te ervaren.
Wanneer er ontspanning ontstaat, komt er ruimte. En in die ruimte kan de ademkracht zich verder verspreiden. Het lichaam wordt soepeler, veerkrachtiger en efficiënter.
De ademhaling wordt vanzelf langzamer, dieper en rustiger.
De volledige kracht van ademhaling
Ademhaling is dus veel meer dan alleen zuurstof naar het lichaam brengen.
Het is een voortdurend proces van:
- loslaten van spanning
- ruimte creëren in het lichaam
- nieuwe kracht opbouwen
Voor leiders, CEO’s en HR-professionals, mensen die vaak onder hoge druk functioneren, kan het bewust ervaren van deze dynamiek een verrassend krachtige bron van veerkracht zijn.
Niet door harder te werken aan ontspanning, maar door iets eenvoudigers te doen:
ruimte geven aan wat de ademhaling van nature al doet.

